De Vlek-klassieker naar Middelharnis
De Middelharnis klassieker werd een rit waarin getallen een belangrijke rol spelen. Dat begon al in vooraankondiging. Twee dingen vielen mij op. Ik kon in de eerste plaats wel genieten van de logica achter de lengte van de tocht (217 km) en hoe dat was ontstaan: de eerste keer was het uitgangspunt maximaal 170 km - met maximaal 10% afwijking, dus dat werd 187. En vervolgens was die 187 het uitgangspunt waarvan je 10% mocht afwijken – dus werd de rit 206 km. Oftewel: hoe creëer je ruimte door je aan de regels te houden…
Het tweede opvallende element was de aangekondigde windrichting: ‘we rijden de route tegen de klok in zodat we de eerste 156 km vooral wind mee hebben’. Probeer je dat maar eens voor te stellen… Onderweg legt Peter uit dat dit kwam omdat we een soort driehoek rijden, waarbij we langs twee zijden (schuin) wind mee hebben, en langs een zijde tegenwind. Gelukkig snappen de weergoden het ook niet helemaal. Zij houden vooral de adem in – er staat niet veel wind en die wind was volgens mijn waarneming (vaak op de derde rij of verder) niet heel stabiel qua richting. Wel fijn, wat minder wind – en bovendien fijn dat het vooral bewolkt en dus wat koeler is. Dat scheelt op zo’n lange tocht!

Maar ik loop op de zaken vooruit. Om 8 uur stonden we met 8 man aan het vertrek. Carl had al aangekondigd dat hij maar een stuk mee zou rijden, daarna moest hij rechtsomkeert maken. Het eerste stuk was zoals ik dat bij Vlek T28 wel vaker meemaakte. De ritmeester zet zich op kop, zet een straf tempo in en geeft richting aan. Op de Brienenoord waren er verschillende personen die zich ook graag de koppositie wilden toe-eigenen, daarna ging het in gelid weer verder.
De Heinenoord-tunnel was de volgende uitdaging. Eventuele strijd om de koppositie heb ik daar van grote afstand gade geslagen. Boven werd gewacht, vervolgens ging het verder – over de dijk langs de Oude Maas en het Spui, door Oud Beijerland op naar het pontje bij Nieuw Beijerland. Op en langs die dijk veel schapen – toch steeds de handen aan de remmen want vooral van de lammeren weet je nooit of ze rare sprongen gaan maken. Maar we kwamen onbeschadigd bij de pont – nou ja: ik arriveerde daar met een leeglopende achterband. Het tubeless-rijden werd ter plekke gewijzigd door een binnenbandje aan te brengen, met tips en hulp (en wellicht ook wat wanhoop, want kort daarna was hij verdwenen) van onze fietsenmaker extra-ordinaire: Carl. Dank daarvoor!
De route leidt ons steeds langs het water – over de Zeedijk naar Hellevoetsluis en vervolgens naar de Haringvlietbrug, met korte passages door de typische stadjes / dorpen aan het water. Oversteken naar Goeree! De kilometers beginnen te tellen, de bidons worden lichter en leger en de energie-voorraden moeten op een gegeven moment toch ook weer aangevuld worden. Gelukkig naderen we rond het middaguur het verste punt en daarna de plaats die zijn naam aan deze klassieker gegeven heeft: Middelharnis.
Bij een terras aan het haventje in Middelharnis staat Marcel Mache te wachten. Hij was met de Harley naar de stopplaats gereden. Zo zaten we toch met 8 bij de stop, en vielen we aan op de kaart. American pancakes voor allen – een stapeltje van vier kleine pannenkoeken, met fruit, suiker en stroop; daar krijg je goede zin van! Maar omdat het natuurlijk even wat tijd kost om die 8x4=32 pannenkoekjes te maken, nemen we eerst de meer traditionele appeltaart.

Met de energievoorraden en de bidons weer goed aangevuld vertrekken we voor de tweede helft. Naar het oosten, langs het Haringvliet en vervolgens over de Haringvlietbrug. Dan verder naar het oosten, tot de Dordtsche Kil. De 32 pannenkoekjes blijken onderweg ook een effect op het gemoed van de ritmeester te hebben: 32! roept hij meermaals. Hij doelt daarmee op de kruissnelheid. Maar ja, een kudde wielrenners kent ook een licht anarchistisch karakter, en iedereen die op kop komt hanteert die 10% regel die tot de lengte van deze klassieker heeft geleid. 32 + 3 = 35 nietwaar, maar nee, 32 – daar moesten we het mee doen.
We duiken de Kiltunnel in en knallen aan de andere kant weer omhoog. We rijden onder Dordrecht door en daar probeert Peter een democratisch experiment: inspraak voor de groep! Iedereen kijkt elkaar aan en we lijken niet te weten wat we er mee aan moeten – mooie route of minder kilometers. Jij bent de ritmeester, kies maar! En daar gaan we weer.
Voorbij Sliedrecht rijden we de Alblasserwaard in – bekend terrein! De groep ruikt de stal, maar de ritmeester weet de geest in de fles te houden en dat is verstandig – het is langzamerhand wat drukkend warm geworden, en de bidons raken weer leger. In Bleskensgraaf een korte tussenstop bij een waterpunt (goede plekken om op je netvlies te hebben bij langere tochten en warm weer!) en vervolgens naar het pontje bij Bergambacht.
Na de overtocht volgt een heuse fly-by van Jacco en dan gaat het in rechte lijn naar Gouda. Even na vieren komen we bij de Stolwijkersluis Gouda weer binnen. Goed 210 kilometer gereden, lekker tempo, goede groep waarbij iedereen prima meekon. Een mooie manier om de Zuid Hollandse eilanden beter te leren kennen. Dank aan Peter voor de mooie route en voor de vele kilometers kopwerk!
Wim de Boer
Reactie plaatsen
Reacties
Mooi avontuur en mooi verwoord!