(Van de verslaggever van de Limburgse courant)
Geen vierde kei voor Mathieu van der Poel vandaag na Parijs-Roubaix. Maar treurt niet, wielerminnend Nederland, want vandaag ging onze oud-provinciegenoot Mark Cartigny er stralend met de eer vandoor. “Eindelijk een medaille”, stond er achterop zijn gouden plak. Dat “eindelijk” was ongetwijfeld weer zo’n flauwe grap van wielrenners uit de Randstad – die moeten toch íets om handen hebben als ze niet lek rijden.
Gekleed in lange broek, windjack en handschoenen – want ja, het kwik bleef koppig onder de dertig graden – schreef hij vandaag geschiedenis. Mogen we Mark misschien voorzichtig vergelijken met Eddy Merckx? Of is dat te bescheiden, en moeten we het meteen groter zien?
Feit is: net als Vlek 15-coryfee Kees Arnoldus bereikte onze Mark binnen 4,5 jaar de mijlpaal van 10.000 weekendkilometers. Merckxiaans, zonder twijfel. Met zijn 86e rit voerde hij zijn totaal zelfs op tot 10.629 kilometer – een getal waar menig prof stilletjes zijn Strava voor zou wissen.
“Bestel die 25.000-kilometer medaille ook maar vast”, waren zijn eerste woorden nadat hij “eindelijk” zijn reeds lang verdiende plak kreeg omgehangen. Iemand die zo binnenkomt, denkt niet in kilometers maar in tijdperken. Een tip voor de Goudse secretaris van Vlek 15: misschien alvast een bulkbestelling plaatsen. Scheelt straks weer gedoe.
Wij van de Limburgse courant doen er graag nog een schepje bovenop en zetten Mark zonder enige vorm van bescheidenheid op het hoogste treetje van het podium. Mark: vanaf vandaag niet langer alleen “de man met de magneet voor openstaande bruggen” (een talent waar Rijkswaterstaat nog steeds interesse in heeft). Of “de man die niet de Mont Ventoux en niet de Stelvio Pass reed” (bewust, zo blijkt nu – hij spaarde zich voor het grotere werk).
Nee, vanaf vandaag is hij de man die als 51e Vlekker is toegetreden tot de wall of fame van het kilometerklassement. En dat is een lijst waar je niet zomaar op komt – daar moet je voor afzien, doortrappen en af en toe een brug vervloeken.
We nemen allemaal onze helm af, kijken even plechtig voor ons uit (of naar onze kilometerteller), en zingen uit volle borst het Limburgs volkslied:
Waar in ’t bronsgroen eikenhout,
’t nachtegaaltje zingt;
Over ’t malse korenveld,
’t lied des leeuweriks klinkt;
Waar de hoorn des herders schalt,
langs des beekjes boord.
Refrein
Daar is mijn vaderland,
Limburgs dierbaar oord!
Daar is mijn vaderland,
Limburgs dierbaar oord!
Albert Veraart
Reactie plaatsen
Reacties
Leuk verslag, Albert! (ik moet hieronder aanklikken dat ik geen robot ben. Hoezo, geen robot?)