Een blaadje meer of minder, wie maalt erom

Wij weten allen dat het lieflijke klavertje, dat nuttige plantje dat zo goed stikstof aan de grond bindt,  drie blaadjes telt. Ontbreekt er eentje, dan is er wat mis mee en mag het eigenlijk geen klavertje heten. Maar ondanks het feit dat de plattegrond van ‘ons Klavertje’ dit jaar maar twee blaadjes liet zien, was er niks mis mee.

Peter Wielaard had voor ons een eerste lusje getekend maar fietste zelf niet mee. Hij had alle aandacht en tijd nodig om een groep van zo’n veertien man en vrouw te ontvangen voor de koffie plus. We werden onthaald in de tuin van Peter en Margreet, wat zeg ik tuin…!? Het voormalige schapenweitje is nog nauwelijks tot wasdom gekomen maar wist ons nu al omver te blazen. En daar waren wij Vlekkers te gast.

De gastheer sjouwde heen en weer om de bestellingen op te nemen, Albert van Veen bracht daarna als een door de wol geverfde kelner de koffie rond (ook Albert fietste niet mee. Zijn hond kon niet zo lang zonder zijn baas, verzekerde hij ons, maar waarschijnlijk is het andersom). En wij maar recreëren en koek snaaien daar in het zonnetje in die toekomstige lusthof.

Voor de lunch konden we dit jaar niet terecht bij een van onze leden, maar dan zijn er altijd weer onze vrienden van Ipse De Bruggen. We kennen hun gastvrijheid en horecaskills inmiddels van de openings- of soeprit. Wat hadden ze het ook deze keer weer goed voor elkaar daar in Nieuwveen. Twee tafels hadden ze voor ons gereserveerd op het terras.  Een verfrissing stond in no time op tafel. Even later een voortreffelijke kom soep vergezeld van de mooiste en lekkerste broodjes. 

En toen moest de grootste verrassing nog komen: Frans van Weele trakteerde ieder van ons op een paar titanium ventieldopjes. Blauw, roze, goud… ‘Kies maar een mooi kleurtje uit jongelui, spoorde Frans ons aan. ‘Met die dingen erop fiets je gemiddeld 5 km per uur harder en in de sprint 15 km.’ Wat prezen we ons gelukkig met zijn cadeautjes, we konden op de terugweg de bochten langs de Meije nauwelijks houden. Jammer dat de T28’ers die het allemaal wat te gezapig vinden zo’n Klavertje, dit niet hebben kunnen ervaren.

Frans stapte direct na de lunch op om thuis de ontvangst van de nazit voor te bereiden. We hadden hem met die snelle ventieldopjes met gemak kunnen inhalen, ware het niet dat  Einte zijn ventiel molde toen hij het magische dopje erop wilde schroeven. Einte minder blij, maar Hans Slieker hebben we nog nooit zo vrolijk gezien. Hij zag eindelijk kans zijn elektronisch pompje uit te proberen, het technisch wondertje brandde bij wijze van spreken al weken in het zadeltasje om zijn nut te kunnen bewijzen . En wat werkte het micropompje perfect! En wat een herrie maakte het ding. En wat was Hans blij!

 

Geen drie lusjes dus, maar deze keer twee. Een blaadje te weinig aan het Klavertje maar daar zeuren we niet over want toen we voor de nazit bij Frans aan de plas van onze fietsen stapten, hadden we er met 104 kilometers op de teller een volwaardige Klavertje-afstand op zitten.

En dan is er bier, fris, een knabbeltje, dipjes, meloen… Wat is het leven gul daar in Reeuwijk aan het water na zo’n mooie rit.  Wat wil je nog meer? Ja we hebben nog wel wat te wensen over: volgend jaar gewoon weer een Klavertje.

Beste gastheren en vrouwen. Dank voor jullie bijdragen aan deze geslaagde editie van 2026.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.