Waar vissers graag opscheppen over de grootte van de vangst, hebben fietsers onderling vaak een ander gesprek. In het fietserslatijn worden voor de rit goed en wel begint vaak eerst de excuses gedeeld waarom vandaag wel eens een wat mindere dag zou kunnen zijn. Kwaaltjes of (nog liever) een probleem met het materiaal – er zijn zo wat dingetjes, kortom, verwacht mij niet te lang en niet te veel op kop! Om vervolgens iedereen flink uit te knijpen…
Afgelopen zondag stond de BETAV-rit van 170 km op de Vlek kalender, en in de aanloop had ik voor mezelf al vastgesteld dat ik een wat mindere week achter de rug had – en dat terwijl ik de laatste tijd wel vaker wat achterin het T28-peloton spartelde. Mijn echtgenote hielp me met een perfect excuus: we moesten hoognodig naar de IKEA, en dat bezoek was niet met een lange rit te verenigen.
Afijn, solo fietsen is ook OK en aan het materiaal zou het niet liggen: de Canyon had net een uitgebreide servicebeurt gehad; nieuwe ketting; nieuwe remblokken, derailleur scherp afgesteld, heerlijk! Op de Bloemendaalse weg Gouda uit zong de fiets en ik had goede zin! Maar net na de Coenekoop brug nam dat verhaal een wending. Vandaag was niet het materiaal, maar de motor het probleem. Ik voelde pijn opkomen in de borst – in de hartstreek. Niet heftig, wel aanwezig. Het tempo zakte, en ik begon te denken over alternatieven – in plaats van Vliet, Stompwijk, Bentwoud zou ik eerder rechtsaf kunnen gaan om dan nog een stukje wind mee naar Waddinxveen enGouda mee te pakken. Maar een paar kilometer verder werd het nog wat erger en voelde de malaise breder. Klaar met dit, ik ga niet straks naar huis, maar ik ga nu naar huis – kortste weg terug!
In plaats van een hoger tempo met de wind in de rug ging ik met een zo laag mogelijke inspanning terug. Pensionado’s op een e-bike en uiteindelijk ook zonder motorhulp hadden hun ‘moment of glory’ en haalden mij in. Ik kwam weer thuis en hing de fiets aan de haak. Mijn binnenkomst zorgde voor verrassing: nu al weer terug? Na de uitleg waren we het eens: morgen de dokter bellen!
Toen ik naar boven was gelopen om te douchen kwamen de pijn en de malaise nog weer sterker opzetten. Ik ging weer naar beneden: we moeten niet morgen de dokter bellen, maar nu – het gaat niet goed! HAP of 112? Het HAP nummer was niet direct voorhanden en het voelde nu serieus genoeg voor 112. Na twee zinnen uitleg van Esther hoorde ik de persoon aan de andere kant al zeggen: ze komen eraan – en snel daarna stopte de ambulance voor het huis.
Wonderbaarlijk, hoeveel rust ontstaat door een uitstraling van kalme competentie en beheersing. Al snel was een aantal checks gedaan en waren maatregelen genomen. Dit werd kort samengevat met ‘Meneer, wat u nu voelt is een hartaanval’. Veel duidelijker wordt het niet… Na telefonische afstemming werd besloten dat ik naar Rotterdam gebracht zou worden – het leek ernstig genoeg dat snelle behandeling nodig zou kunnen zijn.
De eerste medicijnen in de ambulance brachten de situatie onder controle. Bij de overdacht op de spoedeisende eerste hulp hoor je het verhaal van de dag ontstaan: ‘meneer was aan het fietsen en kreeg pijn op de borst’ etc. aangevuld met enig potjeslatijn waarmee de resultaten van de metingen en de verstrekte medicijnen werden doorgegeven. Bij elke volgendeoverdracht werd het stuk aan de voorkant korter (‘meneer fietst veel’) en aan de achterkant langer: de resultaten van de onderzoeken, de medicijnen, de checks etc werden ook doorgegeven.
In de avond ontstond wat onrust – drie keer kwam een verpleegkundige checken of het wel goed ging, want de hartslag was zo laag. O, u hebt een sporthart! Ik glom van voldoening.
Maandagmiddag de interventie. Korte duidelijke uitleg – maar ik vond het vooral spannend. Je weet dan wel ongeveer wat ze gaan doen, maar niet hoe dat voelt, hoe je je daaronder zult houden en (zeker zo belangrijk!) – wat ze gaan vinden. De interventie zelf was voor mij vooral een oefening in zelfbeheersing: kalm blijven, ze weten wat ze doen, niet teveel rare of nare gedachten door je hoofd laten spoken… De pijn en het ongemak in de borst (de hartstreek) was weer terug, maar nu anders. ‘Dat zijn wij!’ verklaarde de man die zich het eerst aan mij had voorgesteld, en die het proces begeleidde. Voor de cardioloog was het gelegenheid een nieuwe laag in het potjeslatijn aan te brengen: de maatvoering van de stents die hij ging aanbrengen. Na twintig minuten sprak hij het verlossende woord: we zijn klaar! Hoppa, ze sleurden de lijn waarmee ze de interventie hadden uitgevoerd weer uit mijn arm, en legden een drukband aan om het bloeden te stelpen.
En daar ging ik weer, terug naar de afdeling, waar ik weer werd overgedragen, en waar het potjeslatijn in het overdrachtsbericht een nieuwe toevoeging bevatte (twee stents, linkerkant). Kort na de terugkeer op de afdeling kwam de cardioloog vertellen wat hij had gezien en had gedaan. Een kransslagader aan de linkerkant zat bijna dicht, maar ‘we’ waren er mooi op tijd bij en met het dotteren en de twee stents stroomde het bloed nu weer lekker door. Hij klonk tevreden met zijn werk, en ik besloot hem op zijn woord te geloven. Hij wenste mij een goed herstel, en, antwoordde hij op een vraag van mij, er is geen reden waarom ik niet volledig zou kunnen herstellen. Goed nieuws!
Kort daarna bracht een ambulance mij terug naar Gouda. In het Groene Hart Ziekenhuis brak de tijd voor herstel aan. De eerste avond en nacht waren ongemakkelijk, vooral door de arm waardoor de interventie had plaatsgevonden. Toch voelde ik mij de volgende ochtend, de dinsdag, verrassend fris en helder. Ik had het gevoel dat ik de wereld aan kon: kom maar op!
In de middag kwam de fysiotherapeut langs. Zij drukte mij met de neus op de feiten. Het hart krijgt toch wel een oplawaai van het infarct en van de interventie, en moet daarvan herstellen. Kom, we gaan even wandelen. We liepen over de gang, en namen een eindje verder de trap naar de volgende verdieping. Boven stond een bankje. Ga maar even zitten – en wat voel je nu? Ik hapte nog even wat naar adem. Dat bedoel ik, zei ze. Dit mag, maar dan moet je weer rust nemen. Niet door blijven gaan! Niet horen maar voelen – dat was duidelijk het motto en voor mij werkte dat heel goed.
Op de woensdag mocht ik weer naar huis. ’s Avonds liepen Esther en ik, de woorden van de fysiotherapeut indachtig, een klein rondje door de wijk. Dat ging prima, maar liet ook voelen dat dat kleine drentelrondje voor nu genoeg was. Zo gaat het herstel langzaam verder. Op donderdag twee kleine rondjes – een in de ochtend en een in de avond. En op vrijdag – een rondje op de stadsfiets! Tempo en afstand mochten geen naam hebben. Nog geen 13 km/u en een paar kilometer: over het Omlooppad naar Reeuwijk, over het bruggetje en aan de andere kant langs de Breevaart weer naar Gouda. Lage inspanning, iedere keer als het wegdek een paar graden opliep een versnelling terug, maar wat was het lekker om daar buiten te zijn en te genieten van de fiets.
Een stille groet aan Henk – die minder geluk had dan ik, en die op de Breevaart aan het roeien was toen zijn hart hem in de steek liet. Ook dat drukt je met de neus op de feiten – het had heel anders kunnen lopen. Langzaam reed ik door, naar Ridder van Cats en Bloemendaalse weg. De Urban zong, de zon scheen, en ik was blij er nog te zijn.
Dus, beste Vlekkers – verwacht mij voorlopig niet al te snel, niet al te veel en niet al te lang op kop. Ik heb een excuus. Maar ik kom weer terug!
Wim de Boer
Reactie plaatsen
Reacties
Hallo Wim,
Ik las je verhaal en wilde je zeggen dat het heel erg lijkt om mijn verhaal. Ook bij fietsen gestart met klachten. Uiteindelijk ook een kransslagader bijna dicht. Teee stents gekregen en een driekwart jaar later nog eens 3 stents. Dus ben twee keer aan de beurt geweest. Als je ervaring g wilt uitwisselen geef je maar een seintje ! Peter - medevlekker
Je bent door het oog van de naald gekropen 🙏
Sterkte met (volledig) herstel 💪
Hallo Wim, hier een reactie uit Frankrijk, de kustplaats Dieppe - maar dat is niet zo relevant.
Wat heb jij een bijzonder verhaal geschreven over jouw hartaanval.
Toen ik begon te lezen had ik in grote lijnen al gehoord wat er gebeurd was, en dat het allemaal goed is afgelopen. Maar om jouw gedetailleerde verslag te lezen was ook wel heftig!
Belangrijkste boodschap van mij: we zijn allemaal blij dat het zo goed is afgelopen en dat het er op lijkt dat je zal herstellen!
Andere boodschap: wat een geweldig mooi verslag!
Wat mij betreft heb je hierdoor een nominatie verdiend voor De Gouden Stuurpen. Nog een goed herstel en tot snel JAB.
Ha Wim,
Wat goed dat je dit deelt en zo goed verwoord. Veel succes met het herstel.